
Dividend beleggen in 2026: dividendportefeuille update +3,8% in 3 maanden (vs dividend ETF’s)
Drie maanden lijkt kort. En toch kan zo’n start veel zeggen over discipline, opbouw, en vooral: of je aanpak logisch in elkaar zit. Sinds 1 oktober bouwen we onze dividendportefeuille stap voor stap op. Niet met haast, niet met “alles in één keer”, maar rustig en gecontroleerd.
En dat zie je terug in het resultaat tot nu toe: +3,8% in ongeveer drie maanden. De laatste dagen ging het zelfs een klein stukje omlaag, maar het totaal staat nog steeds duidelijk in de plus. Dat voelt lekker, maar belangrijker: het is een eerste signaal dat de systematiek werkt zoals bedoeld.
Tegelijk blijven we nuchter. Drie maanden is te kort om grote conclusies te trekken. Wat we wél kunnen doen, is helder uitleggen wat er is gebeurd, waarom de vergelijking met dividend ETF’s interessant is, en hoe je dit als belegger kunt vertalen naar rust en vertrouwen in je eigen proces.
Disclaimer: dit artikel bevat geen persoonlijk advies. Beleggen kent risico’s tot geldverlies.
Onze resultaten bij dividend beleggen portfolio van WinWin
We volgen de prestaties via een platform dat inzicht geeft in het totaalrendement sinds de start. Daarbij zie je twee dingen tegelijk gebeuren:
- Een sterke start in korte tijd: +3,8% vanaf de opbouw begin oktober.
- Een kleine terugval op het einde: de grafiek laat zien dat er na een piek wat winst is ingeleverd.
Dat is normaal. Een portefeuille beweegt. Soms snel, soms traag. De kunst is dat je niet op elke beweging reageert, maar je strategie blijft volgen.
3,8% is een goed begin, maar geen eindpunt
Een plus van 3,8% in drie maanden is mooi. Maar belangrijker is hoe je ernaar kijkt:
- Het zegt vooral dat we niet verkeerd gestart zijn met de eerste set posities.
- Het zegt níet dat dit tempo “zo doorgaat”.
- Het zegt ook niet dat de portefeuille niet tijdelijk kan dalen.
Wat we wél vaak zien: als een portefeuille goed start en de selectie klopt, kan dat momentum soms langer aanhouden. Maar dat is geen wet. Het blijft beleggen, met goede en slechte fases.
Vergelijking met de S&P 500 en AEX
In dezelfde periode vanaf 1 oktober zien we dat de brede markt minder hard ging:
- De S&P 500 stond rond +2%.
- De AEX bleef rond +0,3% (met een sterke dag die niet volledig in dezelfde dataset zat).
Dat betekent dat onze dividendportefeuille in deze korte periode bijna twee keer zo hard steeg als de S&P 500. Nogmaals: korte periode, dus niet juichen alsof het “bewijs” is. Maar het is wel relevant als je wil begrijpen dat een actieve selectie soms anders kan lopen dan de index.
Wil je onze strategie volgen, dan werkt dat via jouw eigen rekening bij een broker, gekoppeld via Trade Connector, zodat je zelf beslist welke signalen je wel of niet uitvoert. We noemen dit één keer WinWin-Beleggen: passief meedoen met onze strategie met als voorzichtige doelstelling een netto rendement van 10% of meer per jaar, met alleen een prestatievergoeding bij winst, terwijl jij altijd 100% controle houdt en niemand – ook wij niet – toegang heeft tot jouw geld.
De eerlijke vergelijking: dividend ETF’s vs onze dividendportefeuille
Als je dividendbeleggen serieus neemt, is de meest logische vergelijking niet de AEX of S&P 500, maar juist dividend ETF’s. Want die hebben dezelfde belofte: relatief stabiele bedrijven, dividendrendement, en een meer defensief karakter.
En precies daar valt iets op.
Sterke dividend ETF’s bleven achter
In dezelfde periode zien we dat enkele bekende dividend ETF’s lager staan:
- Een sterke Amerikaanse dividend-ETF (die in Europa niet makkelijk te koop is) stond rond -0,36% in dezelfde tijd.
- Een bekende high dividend yield ETF op de S&P 500 (met circa 3% dividendrendement) stond zelfs rond -2% vanaf 1 oktober.
En dat terwijl onze dividendportefeuille rond +3,8% staat. Dat verschil is groot. De vraag is dan: hoe kan dat?
Dividend komt daar bovenop
Een belangrijk detail: het rendement dat je hierboven ziet gaat over koersontwikkeling. Daar komt dividend nog bij. In onze portefeuille ligt het gemiddelde dividendrendement rond 3% (op jaarbasis, als indicatie). Dividend ETF’s hebben ook dividend, maar het punt blijft: zelfs zónder het dividend mee te tellen, ligt onze koersprestatie tot nu toe hoger.
Dat maakt het interessant, omdat veel beleggers dividend ETF’s zien als “de veilige standaard”. Maar standaard is niet altijd beter, zeker niet in elke marktperiode.
Hoe onze dividend beleggingsportefeuille hoger rendement kan realiseren
Het grootste verschil zit in de opbouw.
Minder posities, meer focus
Een dividend ETF heeft vaak meer dan 100 posities. Soms veel meer. Dat geeft spreiding, maar het maakt het ook lastiger om echt uit te blinken. Je krijgt gemiddeld marktgedrag, minus kosten, met een dividendlaag erbovenop.
Onze dividendportefeuille werkt met ongeveer 30 posities. Dat is nog steeds spreiding, maar wel een niveau waarbij focus mogelijk blijft. En ja: met minder posities kun je ook sneller een hoger gemiddeld rendement halen (of lager, als je fouten maakt). Daarom zijn regels en risicobeheer hier extra belangrijk.
Wat ook opvalt: als je de top-10 posities van een dividend ETF bekijkt, hebben wij daar nul dezelfde posities tussen zitten. Dat betekent dus dat de performance echt uit een andere selectie komt, niet uit “toch bijna hetzelfde als de index”.
Nog niet 100% belegd: bewust, rustig opbouwen
Nog iets wat veel mensen missen: we waren in deze eerste maanden nog niet volledig geïnvesteerd. We zijn sinds 1 oktober aan het opbouwen. Er zijn recent extra aankopen gedaan die nog nauwelijks rendement laten zien, simpelweg omdat ze tijd nodig hebben.
Dat betekent iets interessants: dit resultaat is behaald terwijl er nog cash aan de zijlijn stond. Met 100% inzet had het rendement hoger kunnen zijn, maar dat is niet het doel. Het doel is gecontroleerd opbouwen, zodat je niet alles op één moment “in de markt knalt”.
Later kan het ook zo zijn dat we:
- tijdelijk cash aanhouden,
- posities afbouwen,
- of kapitaal verschuiven naar nieuwe kansen.
Dat is portefeuillebeheer: niet druk doen, wel bewust sturen.
Winnaars laten doorlopen is een deel van het spel
In onze aanpak laten we sterke posities groeien. Als een aandeel zich bewezen sterk ontwikkelt, kan de weging oplopen. We verruimen dus ruimte voor winnaars. Hoe ver dat gaat, houden we intern als strategie-afspraak. Maar het principe is duidelijk: laat je winnaars het werk doen.
Tegelijk is het niet alleen rozengeur: er zitten ook dalers in de portefeuille. Eén positie stond rond -23%, een andere rond -8%, en weer één rond -1%. Dat hoort erbij. Het doel is niet “alle posities groen”, maar een portefeuille die als geheel gezond blijft.
Zo houden we spreiding, regels en rust in balans
Een goede dividendportefeuille is niet “zomaar 30 dividend aandelen kopen”. Er zit structuur onder. We werken met:
- spreiding over sectoren,
- regels voor maximale weging per positie,
- en een samenstelling waarbij posities elkaar aanvullen.
Daarnaast werken we met een kooplijst en watchlist van ongeveer 20–30 kandidaten, maar selectie gaat niet alleen over “de beste losse aandelen”. Het gaat ook over balans: hoe past een nieuw aandeel in de rest?
Daarom zijn we soms nog aan het twijfelen bij bepaalde posities: kopen we bij of niet? Dat is normaal. Niet elke positie hoeft meteen groter. Geduld is een kracht, zeker bij dividendbeleggen.
Praktijkvoorbeeld: Bristol Myers als uitschieter
Een van de posities die er tot nu toe uitspringt is Bristol Myers.
We kochten rond 10 oktober. De initiële positie was ongeveer 3% van de portefeuille. Door de koersstijging groeide die weging naar circa 3,6%. De grootste positie in de portefeuille ligt rond 5%, en de kleinste rond 1,7%.
Eerst leek het rendement rond 18% te liggen, maar na controle bleek het ongeveer 24% sinds aankoop. Dat is een sterke move in korte tijd, zeker na een langere daling in de periode ervoor.
Belangrijk: dit betekent niet dat “nu kopen slim is”. Koersen kunnen corrigeren en terugvallen. We blijven dus voorzichtig. Maar het laat wel zien wat er kán gebeuren als je een aandeel op een moment koopt waarop waardering en verwachtingen gunstiger liggen.
Waar we op letten bij selectie van dividend aandelen
Bij selectie kijken we niet alleen naar het aandeel, maar naar het hele plaatje. Denk aan:
- het bedrijf en langetermijnpotentieel,
- managementkwaliteit,
- (aandelen)eigenaarschap en kapitaaldiscipline,
- beleid rond dividend en eventuele inkoop van eigen aandelen,
- en waardering (waaronder koers/winst, maar niet alleen dat).
Daarnaast gebruiken we tools om snel veel aandelen te kunnen screenen. Een voorbeeld dat we noemen is Fastgraphs: handig om snel een beeld te krijgen van winstontwikkeling, verwachtingen en waardering. Rond onze aankoop lag de waardering grofweg rond een P/E van ~8.
Na de stijging verandert het rekenplaatje: vanaf het huidige niveau kan de verwachte gemiddelde return in zo’n model lager uitvallen (bijvoorbeeld rond 5%), terwijl het bij een lagere instap logischerwijs aantrekkelijker was. Tegelijk denken we dat er scenario’s zijn waarin het rendement hoger kan uitvallen, onder andere omdat analisten niet altijd ruimte nemen voor positieve verrassingen.
Wat ook genoemd wordt: de vrije cashflow marge ligt rond 30%, wat in theorie ruimte geeft voor management om kapitaal slim in te zetten, zelfs als er tegenwind is.
Thema’s en sectoren: waar kijken we nu extra naar?
Naast individuele aandelen kijken we ook naar bredere bewegingen: waar zijn waarderingen hard opgelopen, en waar zijn segmenten juist achtergebleven?
Een concreet punt dat we noemen: we zitten minder in software dan eerder. Niet omdat software “slecht” is, maar omdat prijzen soms te ver vooruit kunnen lopen op de realiteit.
Waar we juist kansen zien, is in biotech en pharma. Niet omdat het makkelijk is, maar omdat er volgens onze observatie meer kans is op interessante waarderingen. We houden de allocatie daar beperkt, omdat het niet onze persoonlijke kernexpertise is. Maar met een gecontroleerde weging kun je alsnog profiteren van kansen, zonder dat één sector je hele portefeuille domineert.
Hoe jij hier waarde uit haalt (zonder stress)
Als je dit leest omdat je zelf een dividendstrategie wil die rust geeft, dan zijn dit de kernlessen die je kunt meenemen:
Je hoeft niet te kiezen tussen “alles zelf uitzoeken” of “alles uit handen geven”. Het gaat om controle en eenvoud. Je kunt passief een dividend ETF kopen en dat jarenlang vasthouden. Of je kunt kiezen voor een aanpak met minder posities en meer focus, mits je regels strak zijn en je emotie onder controle blijft.
Over kosten en efficiëntie: wij beleggen zelf via MEXEM, omdat we dit vaak een geschikte en kostenefficiënte keuze vinden voor zowel beginnende als gevorderde beleggers. En als je graag extra basisuitleg wil, op onze website staan tools, downloads en een gratis training om je fundament sterker te maken.
Tot slot: blijf realistisch. Een goede start is fijn, maar de echte kracht zit in maanden, jaren en discipline. Combineer geduld met regels, en maak het jezelf vooral niet te moeilijk. Wil je daarnaast ooit breder spreiden buiten aandelen en ETF’s, dan kunnen vastgoedfondsen een aanvullende categorie zijn, zolang je dezelfde nuchtere bril op houdt: begrijp wat je koopt, bewaak risico, en blijf in controle.
Disclaimer: dit artikel bevat geen persoonlijk advies. Beleggen kent risico’s tot geldverlies.











